Een dode rat op het plein

‘Meester, wat is dat, een vogeltje?’
Er ligt een dode rat op het plein. Het is de eerste maandag na de herfstvakantie, misschien ligt het beest er al wel een week. Nee toch niet. Zijn vacht glanst nog, hij heeft nog oogjes in zijn kop, zijn maag is nog niet ingevallen, zelfs nog niet opgezwollen. Achter zijn hoofd zit een enorm gat waarvan het bloed volgens mij nog maar net gestold is.
Ik denk aan raven, meerdere raven. Ze werken samen, omsingelen de rat, drijven hem in het nauw. Een van de raven besluipt de rat van achteren en hakt met zijn enorme snavel in op de nek van het beest, precies op het stuk waar de schedel en de ruggengraat samenkomen. De rat valt, voor zover een rat vallen kan, en rolt zich op zijn zij. De raven pikken door, om de buurt, allemaal precies op dezelfde plek. Ze dringen door tot in het binnenste van de kop van de rat. Uiteindelijk weet een van hen de hersenen beet te pakken met zijn snavel. Hij geeft er een ruk aan zodat de witrode brei half naar buiten wordt gesleurd. Nu ongeveer sterft de rat. De raven zijn tevreden. Ze eten niets van zijn vlees, laten zelfs de smakelijke kraaloogjes met rust.
Zo vinden wij het dier. Zijn bloed moet nog maar net tussen de voegen van de stoeptegels de grond in zijn getrokken.
‘Kom vlug allemaal, er is een vogeltje!’ roept de kleuter die de rat het eerst heeft gezien.
Zo’n tien kleuters komen kijken, de rest zit liever in de zandbak, maakt ijsjes van herfstbladeren of heeft alvast de mooiste duwkar te pakken. Ik til het dode beest aan zijn staart omhoog, overtuigd dat dit geen kwaad kan, hij ligt er immers nog maar net en is een natuurlijke dood door raven gestorven.
‘Het is geen vogel,’ zeg ik, ‘het is een rat, een dode rat.’
De kleuters komen nog dichterbij nu ze weten dat het een rat is. Ze vinden het niet vies; voor zover zij weten hebben alle ratten een vlezige uitstulping in hun nek en dragen ze allemaal de helft – de verscheurde helft – van hun hersenen uitwendig.
‘Gaat hij nog wakker worden?’
‘Nee, hij is dood.’
‘Kun je nooit wakker worden als je dood bent?’
‘Dat weet ik niet, maar hij gaat nu niet meer wakker worden. Zullen we hem begraven?’
‘Nee, dat is zielig, voor als hij toch wakker wordt.’
‘Wat gebeurt er met mensen als ze dood gaan?’
‘Dan worden ze opgegeten door dieren.’
‘En als je ze begraaft?’
‘Door gronddieren.’
‘En als je ze verbrandt?’
‘Vuurdieren.’
‘Maar als mijn lichaam op is wordt ik wakker in de ondergrondse wereld!’
‘Haha, dan kom ik je halen, want ik heb onder-de-grondhanden.’
‘Je moet dan wel heel diep gaan.’
‘O.k.’
‘Dus we gaan de rat niet begraven?’
‘Nee want het is een dier.’
‘Wat moet ik er dan mee doen?’
‘Gewoon in de prullenbak.’
‘Vindt iedereen dat?’
Ze vinden dat allemaal, een dode rat ga je niet begraven. Misschien als je zelf een rat bent. Misschien ook nog wel als je een kikker en een merel bent. Maar mensen begraven geen ratten. Dus gooi ik het beest gewoon in de prullenbak, met wat bladeren erbovenop, misschien helpt dat wat, tegen iets.
Dag rat.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>